o De Groenen Hof
de Groenen Hof

Bedrijf



de groenen hof
Type Pagina: tekstpagina
 

Bedrijf

 

Wij zijn het bedrijf gestart in 1998. Van 2008 tot en met 2016 was ons bedrijf gevestigd op Landgoed de Utrecht nabij de Belgische grens en heette ’De Groenen Hof’.

In november 2016 zijn we verhuisd naar Landgoed Baest in Oostelbeers , waar wij in samenwerking met Odin ons bedrijf voortzetten en vergroten. Vanaf die tijd heet het bedrijf ’De Beersche Hoeve’. 

De Beersche Hoeve BV is 100% dochter van Coöperatie Odin.

Vanaf seizoen 2018 telen wij groenten voor de versmarkt.

 

WIE ZIJN WIJ
ZAADTEELT

ZAAD KOPEN

ZAADVASTE RASSEN

VEREDELING

DEMONSTRATIETUIN

 

Wie zijn wij

De Beersche Hoeve wordt geleid door René Groenen en Gineke de Graaf.

René (1959) is sinds 1980 werkzaam in de biologisch-dynamische landbouw. Sinds 2000 heeft hij zich fulltime toegelegd op de vermeerdering van groentezaden en veredeling van groenterassen. Bedrijven waar hij langere tijd heeft gewerkt zijn: zorgboerderij de Beukenhof in Breda en de Wilhelminahoeve in St. Philipsland.

Gineke (1958) is ook sinds 1980 werkzaam in de biologisch-dynamische landbouw. In eerste instantie op Nieuw Rijsenburg in Driebergen. Later op zorgboerderij de Beukenhof in diverse functies. Gineke is degene die de preparaten maakt en de bijen verzorgt op de Beersche Hoeve.

 

Jeroen Benschop (1981) is de groententeler op de Beersche Hoeve en Teun Luijten (1989) all round medewerker. In het teeltseizoen werken er nog verschillende part-time medewerkers en stagiaires bij ons. 

 

Terug naar het begin van de pagina.

 

Zaadteelt

De zaadteelt doen wij in opdracht van Bingenheimer Saatgut AG. Dit duitse bedrijf is ontstaan uit een kring van tuinders waar ook wij lid van zijn. Onder het kopje ‘zaad kopen ‘ leest u meer over Bingenheimer Saatgut.

Over prijzen, hoeveelheden, leveringstermijnen en kwaliteitseisen (kiemkracht etc.) worden jaarlijks afspraken gemaakt. Ieder jaar is anders, al naar gelang er behoefte is vanuit Bingenheimer Saatgut.

Gewassen die we op De Beersche Hoeve vermeerderen zijn onder andere: tuinboon, sperzieboon, stokboon, rode biet, rucola, herzhoornweegbree, borage, groenlof, veldsla, winterpostelein, meiraap, asia-sla.

 

Terug naar het begin van de pagina.

 

Zaad kopen

U kunt bij ons geen zaad kopen, omdat al onze zaden naar Bingenheimer Saatgut gaan, waar ze geschoond en verpakt worden en vervolgens verkocht. Als u zaad koopt bij Bingenheimer Saatgut is er dus wel een kans dat dat zaad bij ons geteeld is.

Bingenheimer Saatgut heeft een webwinkel: www.bingenheimersaatgut.de

Waarom zaad kopen bij Bingenheim?

- prijzen worden bepaald in overleg, aan de hand van kostprijsberekeningen van de telers

- ook bedrijfsstrategie en ontwikkelingen worden bepaald in overleg met de telerskring

- Bingenheim geeft alleen aandelen uit op naam, die niet vrij verhandelbaar zijn. Dividenduitkering is minimaal. Het bedrijf zal nooit opgekocht kunnen worden door bijvoorbeeld een zaadmultinational.

- Bingenheim heeft geen winstoogmerk

- de onafhankelijke veredelingstak van Bingenheim, ‘Kultursaat’, ontwikkelt rassen specifiek voor de biologische landbouw, die vrij zijn: zonder kwekersrecht.

 

Terug naar het begin van de pagina.

 

Zaadvaste Rassen vs Hybride Rassen

F1 hybride is een term die in de landbouw wordt gebruikt. Het geeft aan dat een plant of dier via een bepaalde methode van veredeling is voorgebracht, door inteelt en kruising te combineren. Dit levert een gelijkmatig groeiend gewas of dier op met een hoge opbrengst en grote uniformiteit, dat zichzelf echter niet effectief kan voortplanten. In de praktijk van de Nederlands landbouw worden veel hybride rassen gebruikt.

Het alternatief voor een (F1-) hybride ras is een zaadvast ras: dat is een ras dat op de klassieke manier van veredeling is ontstaan, door kruisen en selecteren. Bij een zaadvast ras komen uit het zaad planten of dieren voort met (ongeveer) dezelfde eigenschappen als de ouders. Vandaar de

naam ‘zaadvast’. De voorplantingscyclus kan dus eindeloos worden voortgezet, van generatie op generatie. Bij een hybride ras is dit niet het geval: de nakomelingen kunnen afwijkende eigenschappen hebben. Daarom is het zaad van een F1-hybride niet bruikbaar in de landbouwpraktijk. Met de F1-hybride wordt de voortplantingscyclus dus doorbroken.

Hybride rassen bestaan relatief nog zeer kort: ze zijn vooral ontwikkeld en populair geworden in de 20e eeuw, in de Westerse landbouw; vooral na 1950. Hybride rassen zijn daardoor vooral geselecteerd voor intensieve productie met input van chemische hulpstoffen zoals kunstmest, herbiciden en insecticiden. Voorheen zijn in de menselijke geschiedenis van de landbouw de zaadvaste rassen altijd de basis van de landbouw geweest; in traditionele landbouwgebieden zijn ze dat nog steeds.

Hybride veredeling werkt als volgt. Door inteelt in twee families planten of dieren wordt eerst gezorgd dat een aantal uiteenlopende positieve eigenschappen is vastgelegd in homogeen erfelijk materiaal. De eigenschappen van de twee families vullen elkaar aan. Vervolgens worden deze twee families ("lijnen") gekruist. Daarmee worden de positieve eigenschappen van twee ouderplanten in de F1-hybride gecombineerd. Door heterosis worden deze eigenschappen bovendien versterkt. "F1" staat dus voor de eerste nakomeling van twee inteeltlijnen na kruisbestuiving. (De "F" staat voor filius, het Latijnse woord voor zoon.)

Het voordeel voor boeren is dat deze hybride nakomelingen diverse goede eigenschappen combineren en meer opbrengen. De homogeniteit van de eigenschappen kan zowel een voordeel als een nadeel zijn. Bij voorspelbare en controleerbare omstandigheden is homogeniteit een voordeel. Maar bij wisselende omstandigheden is homogeniteit juist een zwakte. In de biologische landbouw bijvoorbeeld zijn robuuste rassen met een zekere heterogeniteit wenselijk; hybrides zijn gevoeliger voor wisselende omstandigheden, wat een risico voor de productie betekent.

Zaad van F1 hybriden is vaak prijzig, omdat ze door gespecialiseerde veredelingsbedrijven worden ontwikkeld. Het heeft echter geen zin voor de tuinder om zelf zaad van een F1 hybride te winnen. De volgende generatie geeft namelijk een heel wisselend uiterlijk en ook een wisselende kwaliteit. Een nadeel voor boeren is dus dat ze het zaad van de hybriden niet zelf kunnen vermeerderen. Voor de veredelingsbedrijven is dat juist gunstig; de boeren moeten het zaad elk jaar opnieuw kopen en de veredelingsbedrijven kunnen zo hun intellectuele eigendomsrechten op de zaden veel makkelijker doen gelden dan bij zaadvaste rassen.

Bron: Wikipedia

Uit bovenstaande zal duidelijk worden dat er zowel plantkundige als sociaal economische redenen zijn om niet voor hybride rassen te kiezen:

 
Terug naar het begin van de pagina.

 

Veredeling

Veredeling is het ontwikkelen van nieuwe rassen. Er bestaan nog weinig rassen die specifiek zijn ontwikkeld voor de biologisch(-dynamische) teelt. Reguliere veredeling richt zich met name op opbrengsthoeveelheden en ziekteresistentie. Biologische veredeling is met name gericht op veldtolerantie tegen ziekten, voedingskwaliteit en smaak.

 

Op ons bedrijf wordt momenteel aan een viertal gewassen gewerkt:
- Rode biet: het ontwikkelen van een bosbiet. Hier is belangrijk dat de plantjes al snel een oogstbaar bietje aanzetten en waarbij de bladhoeveelheid niet te groot is. Een tweede project behelst het ontwikkelen van een nitraatarme biet voor de industrieteelt (babyvoeding en sap).
- Ui: hier is intensief aan een vroegrijpende gele zaai-ui gewerkt met een goede bewaarkwaliteit. Na 2 jaar beoordeling bij het “Bundes-Sorten-Amt “ is in 2014 onze kandidaat als nieuw ras erkend. Het nieuwe ras heet Prometa.
Een ander project is het screenen van vele rassen op tolerantie tegen valse meeldauw (Peronospora destructor). Dit in samenwerking met het Vavilovinstituut in St. Petersburg. Dit instituut heeft de grootste zadencollectie ter wereld van cultuurgewassen.
- Wortel; hier is de focus op het ontwikkelen van een goed smakende bewaarwortel op zandgrond.
- Bloemkool; in het kader van het Fair-Breeding® project met Naturata (groothandel in Luxemburg) vindt op een viertal Kultursaat- standplaatsen, waaronder de Beersche Hoeve, intensief selectie plaats op dit gewas. Zodoende willen we op vrij korte termijn goede zaadvaste rassen op de markt te brengen. Zwaartepunt ligt vooralsnog op rassen die geschikt zijn voor de herfstteelt. Inmiddels zijn een tweetal nieuwe rassen beschikbaar (Tabiro en Nuage).

 

Onze selectiemethode bestaat uit positieve massaselectie met lijnselecties:

 

Positieve massaselectie: uit een groot bestand worden de beste exemplaren geselecteerd. Deze eliteplanten mogen dan tot zaadvorming komen en vormen de basis voor de volgende generatie. Door dit generatie op generatie te doen, ontwikkelt zich een populatie in de gewenste richting.

 

Lijnselecties: in dit geval wordt het zaadgoed van de geselecteerde planten apart geoogst. Je hebt dan a.h.w. nakomelingschappen (lijnen). Deze worden het volgende jaar ook apart naast elkaar uitgeplant. Van de beste lijnen ( vele worden in zijn geheel verworpen) worden de beste individuele planten geselecteerd en gemeenschappelijk tot bloei en zaadvorming gebracht. Door het gemeenschappelijk laten afbloeien wordt wellicht een deel van de selectievooruitgang ‘verwaterd’, maar nóg belangrijker is het om een inteeltdepressie te voorkomen.

 

Uit bovenstaande wordt duidelijk dat in principe alle selectie op plantniveau plaatsvindt. (i.t.t.het selecteren op cel- of DNA niveau in de reguliere veredeling) Het gaat daarbij om de interactie tussen plant en omgeving. En dat generatie op generatie. In dat verband is belangrijk om te noemen dat we met het kruisen van rassen terughoudend zijn. Een belangrijke reden hiervoor is dat in vele zaadvaste rassen er een behoorlijke bandbreedte is voor veel eigenschappen, d.w.z. er is variatie waaruit geselecteerd kan worden. Een kruising is gauw gemaakt, er een stabiele populatie van maken duurt gauw 7 generaties (14 jaar). Alleen als een gewenste eigenschap niet of in zeer geringe mate aanwezig is in het ras waarin geselecteerd wordt, kan een kruising met een ander ras waar de gewenste eigenschap wél in aanwezig is -maar die verder niet interessant is- overwogen worden.

 

 

Terug naar het begin van de pagina.

 

Demonstratietuin Zaadvaste Rassen

In 2014 startten wij in samenwerking met Estafette Odin en het Louis Bolkinstituut een proef- en demonstratietuin voor zaadvaste rassen. Lees hierover meer op de website van Odin.

 

 

Terug naar het begin van de pagina.