menu

Veredeling 

Veredeling is het ontwikkelen van nieuwe rassen. Er bestaan nog weinig rassen die specifiek zijn ontwikkeld voor de biologisch(-dynamische) teelt. Reguliere veredeling richt zich met name op opbrengsthoeveelheden en ziekteresistentie. Biologische veredeling is met name gericht op veldtolerantie tegen ziekten, voedingskwaliteit en smaak.

Op ons bedrijf wordt momenteel aan een viertal gewassen gewerkt:

  • Rode biet: het ontwikkelen van een bosbiet. Hier is belangrijk dat de plantjes al snel een oogstbaar bietje aanzetten en waarbij de bladhoeveelheid niet te groot is. Een tweede project behelst het ontwikkelen van een nitraatarme biet voor de industrieteelt (babyvoeding en sap).
  • Ui: hier is intensief aan een vroegrijpende gele zaai-ui gewerkt met een goede bewaarkwaliteit. Na 2 jaar beoordeling bij het “Bundes-Sorten-Amt “ is in 2014 onze kandidaat als nieuw ras erkend. Het nieuwe ras heet Prometa.
    Een ander project is het screenen van vele rassen op tolerantie tegen valse meeldauw (Peronospora destructor). Dit in samenwerking met het Vavilovinstituut in St. Petersburg. Dit instituut heeft de grootste zadencollectie ter wereld van cultuurgewassen.
  • Wortel: hier is de focus op het ontwikkelen van een goed smakende bewaarwortel op zandgrond.
  • Bloemkool: in het kader van het Fair-Breeding® project met Naturata (groothandel in Luxemburg) vindt op een viertal Kultursaat- standplaatsen, waaronder de Beersche Hoeve, intensief selectie plaats op dit gewas. Zodoende willen we op vrij korte termijn goede zaadvaste rassen op de markt te brengen. Zwaartepunt ligt vooralsnog op rassen die geschikt zijn voor de herfstteelt. Inmiddels zijn een tweetal nieuwe rassen beschikbaar (Tabiro en Nuage).

Onze selectiemethode bestaat uit positieve massaselectie met lijnselecties:

Positieve massaselectie: uit een groot bestand worden de beste exemplaren geselecteerd. Deze eliteplanten mogen dan tot zaadvorming komen en vormen de basis voor de volgende generatie. Door dit generatie op generatie te doen, ontwikkelt zich een populatie in de gewenste richting.

Lijnselecties: in dit geval wordt het zaadgoed van de geselecteerde planten apart geoogst. Je hebt dan a.h.w. nakomelingschappen (lijnen). Deze worden het volgende jaar ook apart naast elkaar uitgeplant. Van de beste lijnen ( vele worden in zijn geheel verworpen) worden de beste individuele planten geselecteerd en gemeenschappelijk tot bloei en zaadvorming gebracht. Door het gemeenschappelijk laten afbloeien wordt wellicht een deel van de selectievooruitgang ‘verwaterd’, maar nóg belangrijker is het om een inteeltdepressie te voorkomen.

Uit bovenstaande wordt duidelijk dat in principe alle selectie op plantniveau plaatsvindt. (i.t.t.het selecteren op cel- of DNA niveau in de reguliere veredeling) Het gaat daarbij om de interactie tussen plant en omgeving. En dat generatie op generatie. In dat verband is belangrijk om te noemen dat we met het kruisen van rassen terughoudend zijn. Een belangrijke reden hiervoor is dat in vele zaadvaste rassen er een behoorlijke bandbreedte is voor veel eigenschappen, d.w.z. er is variatie waaruit geselecteerd kan worden.

Een kruising is gauw gemaakt, er een stabiele populatie van maken duurt gauw 7 generaties (14 jaar). Alleen als een gewenste eigenschap niet of in zeer geringe mate aanwezig is in het ras waarin geselecteerd wordt, kan een kruising met een ander ras waar de gewenste eigenschap wél in aanwezig is -maar die verder niet interessant is- overwogen worden.